De politiek van luchtkwaliteit: interview Ivo Stumpe

Ivo Stumpe is een professioneel activist die zich inspant voor grote thema’s, zoals recht op betaalbaar wonen, vestiging van vluchtelingen, en milieu. Hij was was 8 jaar lang duoraadslid van Amsterdam Anders en werkte van 2007 tot 2015 in verschillende functies voor Milieudefensie. Voor die vereniging was Ivo een pionier in het participatief meten: in 2012 leidde hij een publiekscampagne waarbij burgers zelf op straat door middel van de Palmes buisjes waar Dave de Jonge het in ons vorige interview ook over had, NO2 waarden gingen meten. In 2011 raakte Ivo geïnteresseerd in het Air Quality Egg project, een van de eerste projecten waarbij burgers uitgenodigd werden om met digitale sensoren bevestigd op open source hardware computers, luchtkwaliteit te meten.

Harten veroveren

Ivo vertelt waar de focus door Milieudefensie op luchtkwaliteit vandaan kwam.

We waren er met een aantal vooral juridische campagnes in geslaagd om 34 nieuwe weguitbreidingen tegen te houden. Dat begon met het winnen van een zaak tegen de verbreding van de A4 bij Leiderdorp, dat leidde tot het stilleggen van andere, vergelijkbare projecten. Dat deden we door de luchtkwaliteitsmodellen waar de overheid zich aan moest houden vanuit Brussel, verder door te rekenen dan de overheid dat zelf deed. En door aan te tonen dat een verbreding van die weg, door haar aanzuigende werking, op het hele traject van Amsterdam tot Den Haag zou leiden tot meer files en overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen. Wij vonden voldoende aangetoond dat meer verkeer slecht is en dat files niet worden veroorzaakt door te weinig asfalt, maar door teveel auto’s. En als je dat aanpakt dat je dus niet alleen betere lucht hebt, maar ook minder verkeersdoden en het is beter voor het klimaat, lost parkeerproblemen op, de hele reutemeteut.

Hoewel wij dus succesvol waren, hadden we wel een probleem: we hadden met onze aanpak niet de harten van burgers veroverd. Er werd gezegd in de media dat de economie stil kwam te liggen door ons, en dat wij zelfs voor méér files zorgden door de weguitbreidingen niet door te laten gaan. Platforms zoals GeenStijl kwamen met gefotoshopte borden langs de weg met: “deze file wordt u aangeboden door Milieudefensie.”

Het bleek moeilijk om mensen mee te krijgen in onze bredere visie. Het mobiliseren van mensen bij de Overtoom tegen wegverbreding bij Leiderdorp, die abstractie krijg je er nooit in, mensen leggen die verbanden niet. Dus toen ik campagneleider werd, moest er tegelijk ook bezuinigd worden, en hebben we besloten om al onze aandacht te focussen op één publiekscampagne. Ik besloot toen om die over luchtkwaliteit te laten gaan en om daarbij luchtkwaliteit te branden als gezondheid: dat is veel minder abstract hè. En het is lokaal, er zit veel meer emotie in, en je hebt zeg maar aanwijsbare slachtoffers bij wijze van spreken. Niemand is tegen gezondheid. Ook VVD-ers willen niet dat hun kinderen astma krijgen.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk nooit om gelijk hebben, want dat hadden we al, wetenschappelijk was daar geen discussie over. Gelijk krijgen, daar ging het om, via de politiek, en die politiek bereik je weer via mensen en media. En, nou ja, dan moet je dus op zoek naar geschikte campagnemiddelen.

Het lukte ons om mensen te mobiliseren ook mede dankzij een ander campagne-instrument waar we toen voor kozen: we ontdekten de Palmes buisjes als middel om grote groepen mensen direct te betrekken bij het doen van meten. Die buisjes meten NO2, wat indicatief is voor vervuiling. We hebben in de krant aangekondigd dat dat project er zou zijn en samen met het Milieucentrum Amsterdam zijn we op heel veel plekken met mensen één maand gaan meten.

Sjoemelmodellen

We speelden daarmee in op het wantrouwen dat veel mensen hadden richting de modellen en berekeningen die toen werden gehanteerd om luchtkwaliteitsbeleid te voeren, en daar hadden ze soms nog gelijk in ook. Het was veel te makkelijk voor ambtenaren om te sjoemelen met die modellen. Want zo’n model, daar zitten tientallen factoren in en ambtenaren die een probleem hadden omdat de lucht in de buurt die onder hun bestuur viel te vies was, probeerden dat te verhelpen door een beetje te gaan sleutelen aan het model. Als je in dat model honderd vrachtwagens minder laat rijden in je wijk is opeens je probleem weg. En dat soort gesjoemel had weer te maken met de wetgeving die grenswaarden voor bepaalde stoffen stelden. Voor NO2 is dat 40 µg/m3. Iedereen was erop gericht om daaronder te blijven. Dus als je dan een curve maakte voor wat er per straat berekend was, kreeg je een hele harde breuk bij de 39 microgram. Er waren massaal veel straten die 39 microgram hadden en veel minder die meer dan 40 hadden. Terwijl dat wiskundig natuurlijk helemaal niet kan.

Mechanismen om dat te controleren waren er niet. Daar wilden wij voor zorgen: Wij wilden dat er meer werd gemeten en minder gerekend. Je had natuurlijk wel de meetstations van GGD en RIVM, maar dat waren er erg weinig. En wat wij ook deden: overal waar een meetpunt was gingen we kijken wat op dat punt berekend werd door een model. En dan zag je vaak gigantische verschillen. Vooral dat er vaak veel hogere concentraties gemeten werden dan dat er berekend werden. En veel mensen gingen mede vanwege onze campagne de overheidsgegevens wantrouwen. Van: “klopt dat wel?” En heel vaak konden wij niet zeggen of het wel of niet klopte omdat we geen betere data hadden. Er was vaak geen data. En toen kwamen we erop dat we eigenlijk zelf wel wilden weten hoe dat zit met die luchtkwaliteit. Onze campagne leidde tot meerdere Kamermoties en dat leidde tot flinke verbetering: De modellen en controle op de data is nu wel veel beter geworden.

De waarde van meten

Dus uit de meetcampagne die we toen deden met Palmes buisjes kwam een kaart van Nederland met allemaal stippen waar we de waarden van gingen duiden. Maar mensen interpreteerden die stippen niet altijd correct: dan zaten ze in de buurt van een rode stip, met veel NO2, en dan maakten ze zich zorgen, terwijl dat misschien niet terecht was omdat die stip 5 kilometer van hun huis was. Bovendien, waar je woont hoeft überhaupt niet iets te zeggen over hoeveel slechte lucht je inademt. at hangt veel meer samen met waar je werkt, of hoe lang je in de file staat.

En dat was een van de bezwaren van bijvoorbeeld de GGD, dat allerlei mensen zich zorgen gingen maken terwijl daar misschien geen aanleiding voor was. Ze maakten zich verder ook zorgen over het feit dat wij de waarde van het meten naar beneden haalden, dat we het niet op een wetenschappelijke manier deden. Inmiddels heeft ook de GGD de waarde van deze buisjes en het betrekken van burgers ingezien.

Heel goed campagnemiddel

Als campagne-organisatie kun je ook zeggen: “We gaan nu tienduizend handtekeningen verzamelen.” Dan sta je weer met je handtekeningen op dat plein. En dan komen ze allemaal braaf naar buiten en dan zeggen ze: “dankjewel,” en “dat vind ik ook heel belangrijk. Doei!” En dan gaan ze weer naar binnen. Dat is heel on-sexy voor de media en geeft dus relatief weinig druk, het is ongevaarlijk.

Foto: (c) Michiel Wijnbergh

Wat wij wilden aantonen is dat mensen zich echt zorgen maken over die luchtkwaliteit. Dat je dus burgers hebt die iets kunnen doen, iets wat visueel is en iets wat meer autoriteit heeft dan alleen maar zeggen: “ik vind dit nou eenmaal,” of “ik ben hier bang voor.”

Als je zelf meet en data verzamelt, daar kan je foto’s van maken, je kunt die mensen laten interviewen en je kan zo iemand meenemen naar een wethouder en die data aanbieden, waar ze vervolgens inhoudelijk op moeten reageren. Dat was voor ons een heel goed campagne-middel, dat heeft heel goed gewerkt.

Het Air Quality Egg project

Er zitten best wel wat technische beperkingen aan het meten met Palmes-buisjes. Je krijgt pas na een maand een gemiddeld cijfer van de vervuiling. Als je het nog beter wilt doen, ga je een jaar lang meten, maar dat is best een opgave, organisatorisch en voor al die burgers met wie je wilt gaan meten. En het geeft nog steeds geen real-time data. Dus qua moderne communicatiemiddelen, ergens over Tweeten, een grafiekje op de website, dat soort dingen, is ook lastig.

Dus toen hoorden we over het Air Quality Egg project. Dat was nieuw en goedkoop, het zou maar zo’n honderd dollar kosten geloof ik, en het gaat langer mee dan Palmes-buisjes. Het produceert elke vijf minuten een cijfer.

Wij hadden echt al van die visioenen: “Als we er honderd in een stad hebben dan kan je gewoon met kaarten met kleurtjes erop zien hoe in de loop van de dag de vervuiling toeneemt en dan weer minder.” Dat leek ons fantastisch. Zeker op de communicatieafdeling waren ze helemaal happy, van: “ja, dit en dat kun je er mee doen!” Websites ervan maken, en Twitter alerts en de hele mikmak, wat allemaal niet mogelijk is met zo’n suf buisje waar na anderhalf jaar een cijfer uit komt rollen. Dus wij hadden daar echt wel heel veel zin in.

Uiteindelijk hebben we dat Air Quality Egg niet voor onze campagne gebruikt, daarvoor was het niet op tijd functioneel. Daar komt bij dat de GGD en het RIVM soms ook met Palmes-buisjes werken. Dat sloot aan bij hun systeem. Een nieuw experimenteel goedkoop elektronisch metertje werd niet vertrouwd en dat zou onze metingen erg kwetsbaar maken voor kritiek.

Mondige burgers

Maar veel mensen die meedoen aan dat soort metingen hebben natuurlijk een ander doel voor ogen dan jullie. Zij reageren op de belofte dat ze met die technologie direct iets kunnen doen aan vervuiling in hun omgeving.

Ja, daar is een mismatch tussen hoe het luchtkwaliteitsbeleid werkt en wat de verwachtingen zijn. Er waren bijvoorbeeld actiegroepen die dachten: “er wordt hier een weg uitgebreid dus we gaan nu meten en dan laten we zien dat het vies is en dan gaat het vast niet door.” Ja, nou, wel. Dat gaat wel door. Maar je kunt wel meten en daarmee aantonen dat je je kennelijk zorgen maakt. En dát je je zorgen maakt zou een aanleiding kunnen zijn voor politici om er nog een keer over na te denken. Maar als het besluit genomen is, of dat de politici die voor jou bereikbaar zijn daar niet over gaan, dan heeft dat helemaal geen nut. Dus als je wilt bereiken dat een weguitbreiding niet doorgaat kan ik je nu al vertellen dat je straks teleurgesteld bent. Nou ja, er waren toch mensen die gingen het dan toch proberen en werden inderdaad teleurgesteld. Dat is jammer.

 Een andere belofte die je vaak hoort rondom citizen science projecten is dat het mensen handelingsvaardigheid geeft: niet om hun omgeving te veranderen via beleid, maar doordat ze zelf samen betekenisvolle keuzes kunnen maken.

Het is een beetje een D66 ideaal hè, allemaal mondige burgers die zelf de eigen omgeving met elkaar gaan organiseren. Heel veel anarchisten zouden dat ook heel graag willen, maar ik ben het nog niet tegengekomen. Ik ben daar iets te cynisch voor.

Uiteindelijk gaan mensen altijd toch díe keuze maken, die voor hen als individu goed is en niet voor hen als collectief. En daarbij hebben ze ook vaak niet de lange termijn voor ogen. Wij zagen scholen die dan bijvoorbeeld hun speeltuin wilden overdekken en die lucht daarin wilden filteren. Maar ja, weet je… om drie uur worden die kinderen opgehaald. En dan? Dat is gewoon flauwekul. Of iemand had een ding uitgevonden, een metertje die luchtkwaliteit meet, dat kon je zo op het stuur van je fiets klikken. Als je dan fiets en je ziet dat er vervuiling is, dat je dan toch snel rechtsaf gaat. Los van het feit dat het voor jouw gezondheid niks uitmaakt dat je een keer achter een bus staat of een vrachtwagen; dat soort oplossingen zijn lokaal en gaan niet over bredere, systemische oplossingen.

Het gaat óns om lange-termijn en collectieve doelen, die nou eenmaal niet zo snel op het netvlies van het individu staan. Wat wij uiteindelijk wilden is gewoon meer treinen, minder auto’s. En strengere normen voor vrachtwagens en dat soort dingen. Het ging ons niet zozeer om het behagen van het individu zeg maar, met al zijn angsten.

Het commons-dilemma

Die lokale, individuele oplossingen zorgen misschien ook wel voor het afbrokkelen van een gevoel van solidariteit.

 Ja. Ze zorgen een beetje voor een soort van gated community, wat je voor elkaar krijgt door het genereren van aandacht, door middel van de politiek en de media, voor jouw specifieke, lokale probleem. De mensen in Oude Amstel die daar in een villawijk wonen kregen meer aandacht voor hun school die langs de snelweg gebouwd zou worden, dan andere scholen in hetzelfde schuitje. Er zitten drie kinderdagverblijven op de Overtoom met vuilere lucht. De toegang tot media en de politiek is niet democratisch verdeeld.

Ik vind het van ontzettend grote waarde dat je onafhankelijke, wetenschappelijke instituten hebt, met een algemeen geformuleerde, a-politieke opdracht om gewoon vast te stellen hoe het in elkaar zit in Nederland en daar ook zelfstandig over mogen publiceren en communiceren.

Een andere belofte van citizen science is dat mensen op basis van meetwaarden hun eigen gedrag gaan veranderen. Dat ze dan bijvoorbeeld de auto laten staan. Dat het zorgt voor bewustzijnsverandering en zo zorgt voor een schonere leefomgeving.

Dat idee dat als we iedereen zelf laten meten zodat mensen het weten en dat het dan wel goed komt, dat is niet zo. Verreweg de meeste mensen die gingen meten met milieudefensie hadden zelf ook een auto. En die vonden dat, als het erop aan komt, zij wél hun auto voor de deur mogen zetten en dat andere mensen vaker op de fiets moeten.

Het is heel menselijk om een probleem te agenderen dat moet worden opgelost zonder jezelf verantwoordelijk te maken. Dat kun je mensen bijna niet verwijten. De enige oplossing is dus dat je als collectief besluit wat voor het collectief goed is. En dat is soms belastingen, of iets verbieden, of iets subsidiëren wat geld kost, of dat soort dingen. En dat is ontzettend on-liberaal, maar het is het enige dat werkt.

Dat is het commons-dilemma. Dat kun je dus alleen maar regelen met afspraken en dat is wetgeving. Want wat je eigenlijk bij elk maatschappelijk-economisch vraagstuk hebt, het enige wat je kunt doen is zorgen dat we collectief besluiten dat iets een probleem is. En dan vervolgens aan de politiek de opdracht geven om de oplossingen daarvoor op te leggen aan iedereen. Ook al zijn die pijnlijk.

Benzine toevoer afsluiten

Een jaar of vijf geleden zijn we benaderd door Volvo. Die gingen ook zo’n NO2 sensortje inbouwen in de luchtroulatie van de airconditioning. Als de lucht dan té vies was, dan sloten  ze de luchtaanvoer van de airconditioning en ging ‘ie recirculeren. Ze vroegen aan ons of we daar als Milieudefensie onze steun aan wilden geven. Nou ja, zei ik, “ik zou zo’n dingetje in de uitlaat zetten en als het té vies is, dan sluit ‘ie de benzine toevoer af.” Nou, dat vonden ze niet grappig.

Hè, het is de hoop dat er iets wordt uitgevonden wat op een technische manier al onze problemen oplost. Terwijl de meeste dingen gedragsissues zijn. Als ik ga fietsen in plaats van met de auto, dat is veel effectiever. En dat is wat wij wilden. Wij wilden niet ook alleen maar een dingetje die de auto schoner maakt, wij wilden ook gewoon minder auto’s. Want dat is namelijk én goed voor de lucht én voor het klimaat én je kinderen worden niet doodgereden door een fiets onder een auto en al die andere dingen.

Vind hier de andere interviews.