John Oliver en Edward Snowden over ‘dick pics’

In deze briljante youtube clip gaat John Oliver in gesprek met een peinzende Edward Snowden over de trucs die je uit moet halen om een breed publiek het belang te laten inzien van de strijd die Snowden voert. De clip geeft een prachtig voorbeeld van de manier waarop technische en complexe thema’s op een aantrekkelijke, humoristische manier gepresenteerd kunnen worden.

De achterkant van de Slimme Stad

uit: Smart City. Op zoek naar de slimme burger

Alex en Rolinda proberen hun Smart Citizen Kit te installeren. uit: Smart City. Op zoek naar de slimme burger

door Dorien Zandbergen

Op 10 september 2015 wordt in Pakhuis de Zwijger, in het kader van Urban Movies, de film Smart City. Op zoek naar de slimme burger vertoond, die na de screening op deze Gr1p website te zien is. Deze film is het resultaat van een samenwerking tussen filmmaker Sara Blom en mijzelf. De bedoeling van de film is om mensen uit te dagen mee te denken over een onderwerp dat over het algemeen als te complex en te ‘technisch’ wordt ervaren: de snelle digitalisering van de samenleving, en vooral de huidige ambitie van veel wereldsteden om een ‘slimme stad’ te worden.

Na afloop van een aantal voorvertoningen bleek dat deze opzet gelukt lijkt: er ontstonden levendige gesprekken over een grote verscheidenheid aan thema’s. Van vraagstukken over digitale in-en uitsluiting, tot de zin of onzin van bepaalde nieuwe digitale producten, diensten en services, tot de mogelijkheden en onmogelijkheden om burgers bij digitale innovatie te betrekken en om controle te houden over je data in de toekomstige digitale samenleving. Hier nog even op een rijtje welke interventies we met deze film willen maken op het gebied van Smart City ontwikkeling.

Reflectie en Interventies

Het idee van de slimme stad is dat steeds meer objecten in een stad uitgerust zijn met sensoren die van alles kunnen meten. Ingebed in bijvoorbeeld het wegdek, op lantaarnpalen, in vervoersmiddelen en de kleding van mensen verzamelen deze objecten allerlei informatie over gebeurtenissen in de stad. De hoop is dat op die manier vraag en aanbod van diensten en producten – op het gebied van verkeer, gezondheid, energie en entertainment etc. – beter op elkaar afgestemd worden. Via apps kunnen toeristen in Amsterdam bijvoorbeeld zien hoe lang de rij is voor het Van Gogh museum en besluiten hun eigen bezoek nog even uit te stellen tot een rustiger moment. Of auto’s met sensoren krijgen automatisch een alternatieve route voorgeschoteld bij opkomende verkeersdrukte.

Nu we aan de vooravond staan van nog grootschaliger ‘dataficatie’ van de publieke ruimte, met Amsterdam als stad die daarin voorop wil lopen, is deze film bedoeld als reflectie en interventie op die ontwikkeling. Gesprekken over technologische ontwikkeling vinden vaak plaats binnen kleine groepen mensen in exclusieve settings, terwijl de hele samenleving de effecten van deze ontwikkelingen voelt. De eerste interventie die deze film wil maken is dan ook om het thema bespreekbaar te maken op een manier die toegankelijk is voor een breder publiek. Gebruik makend van de unieke mogelijkheden die film daarvoor biedt, gaan groepen mensen die elkaar niet snel tegen zullen komen met elkaar ‘in gesprek’ over digitalisering.

Bevragen van aannames over digitale ontwikkeling

Ten tweede willen we door verschillende groepen mensen deel te laten nemen aan het gesprek over de slimme stad een aantal gangbare aannames over digitale ontwikkeling op hun kop zetten:

uit: Smart City. Op zoek naar de slimme burger

Voormalig beveiliger Irene en haar vriendin Mavis reflecteren op de zin en onzin van de Smart Citizen Kit. uit: Smart City. Op zoek naar de slimme burger

“Iedereen is digibeet”

Onderdeel van het optimistische ideaal van de Smart City is dat mensen door middel van de data die waargenomen en gevisualiseerd worden door sensoren steeds beter begrip krijgen van de wereld om hen heen zodat zij, uiteindelijk, meer invloed op hun omgeving kunnen uitoefenen. Dat zij, met andere woorden, slimme burgers, smart citizens, worden. Daarbij wordt van mensen die niet goed om kunnen gaan met digitale technologie – de zogenaamde digibeten – verwacht dat ze zichzelf onderwijzen om toch mee te kunnen komen. Maar, zo vragen wij ons af met deze film, zijn wij eigenlijk niet allemaal digibeet in deze wereld met continu nieuwe, veranderende technologieën? Veel mensen weten wel ongeveer hoe ze hun smartphone moeten bedienen, maar wie snapt er nog wat er allemaal gebeurt ‘onder de motorkap’ van deze apparaten? En als het inderdaad zo is dat we allemaal digibeet zijn, wat zegt dat dan over een samenleving die desondanks haar ‘slimheid’ afhankelijk maakt van deze technologieën?

Apps en het belang van sociale context

Er bestaat een neiging om sociaal beleid in de slimme stad steeds meer te faciliteren door middel van digitale technologieën. Mensen die bijvoorbeeld hun baan zijn kwijtgeraakt wordt vaak aangeraden zichzelf te ‘upgraden’ met cursussen digitale vaardigheden, om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Het argument dat we daar met deze film aan willen toevoegen is dat ook in de digitale samenleving digitaal onderwijs en de beschikbaarheid van apps niet het absolute verschil uitmaken tussen machtig en onmachtig zijn. Ook in de slimme stad spelen leeftijd en sociaal-culturele context een belangrijke rol bij in- en uitsluitingsprocessen. Elke vorm van sociaal beleid in de slimme stad zou daar actief rekening mee moeten houden, bijvoorbeeld door bij innovatietrajecten al in een vroeg stadium rekening te houden met de leefwerelden van meer verschillende groepen mensen.

Institutionele verwevenheid

Het is een gangbaar idee dat digitale technologie niet inherent goed of slecht is, maar dat we er als samenleving zelf voor kunnen kiezen hoe we het vorm geven. Een slimme stad kan bijvoorbeeld aan de ene kant ruimte bieden aan een groep burgers die de luchtkwaliteit in hun stad meten en met elkaar delen; en aan de andere kant overheden en bedrijven faciliteren om burgers in de gaten houden met camera’s, sensoren of met algoritmen in browsers en apps. In veel gesprekken over Smart City ontwikkeling worden deze twee varianten gepresenteerd als onderdeel van een strijd, waarbij wij als burgers kunnen kiezen voor het ene of het andere scenario. Met deze film willen we laten zien dat de werkelijkheid complexer is dan dat. We laten de sterke verwevenheid zien tussen bottom-up, activistische Smart City experimenten en het internationale domein van bedrijven en overheden die een heel andere, meer commerciële en controlerende visie kunnen hebben op de Smart City. Wat zegt deze institutionele verwevenheid over de mogelijkheden en beperkingen van digitaal activisme in de slimme stad?

Douwe

‘hacker’ en privacy activist Douwe laat zien welke slimme apparaten in zijn huis verstopt zijn. uit: Smart City. Op zoek naar de slimme burger

Droom versus praktijk 

Het is een gangbaar idee dat digitale technologieën nou eenmaal betere oplossingen bieden voor de vraagstukken van deze tijd. In sommige gevallen is dat ook zo, maar een vraag die de film stelt is of we wel in staat zijn om nieuwe ontwikkelingen nuchter en objectief te beoordelen. Het lijkt erop dat ook als technologieën niet werken zoals we willen, de droom over die technologie recht overeind blijft. Een gevolg van deze toekomstgerichtheid kan zijn dat daadwerkelijke problemen in de huidige digitale samenleving gebagatelliseerd worden. De digitale worstelingen, uitsluitingen en privacy-schendingen die in het huidige moment worden veroorzaakt door digitale technologische ontwikkelingen worden gekenschetst als tijdelijk, voorbijgaand en als iets dat zich vanzelf oplost.

 

Realistischer antwoorden

De bedoeling die ik heb met het stellen van deze vragen is niet om technologie af te zweren, om het belang van digitaal onderwijs te ontkennen, of om het doen van experimenten te verbieden. Integendeel, ook een nieuw, idealistisch onderzoeksproject dat ik samen doe met een aantal andere wetenschappers en hackers, is gericht op experimenteren en de ontwikkeling van nieuwe technologie. Maar ik hoop wel dat de hype van de slimme stad plaats gaat maken voor een meer realistische, sociale en bewustere benadering.

 

Online data is vloeibaar

ColouredWater

Door Karina Pálosi

Het is moeilijk te doorgronden hoe diepgaand het internet onze wereld heeft veranderd. Er wordt nu in twee dagen meer informatie gegenereerd dan in eeuwen daarvoor, maar hoe kunnen we ons relateren aan deze nieuwe, digitale omgeving?

In mijn eindexamenproject ben ik aan de slag gegaan met deze vragen. Ik heb daarbij vooral de belofte van alwetendheid onderzocht die het internet doet. Ik heb ingespeeld op de waterige metaforen die we doorgaans gebruiken om datgene wat er online gebeurt te beschrijven.

Online data is heel vloeibaar in ons belevenis: we streamen, we surfen, we hebben leaks, torrents, pools or oceans of infromations, vol piraten, hier en daar wat phishing, er zijn vlogs, blogs, en de hele ervaring met het net/de web is allemaal heel immersive.

In mijn project ben ik gaan zoeken naar tutorials die online te vinden zijn die je iets willen leren over water: hoe je gekleurd water maakt, hoe je heilig water maakt, of gehaakt water. Deze tutorials heb ik allemaal geprobeerd uit te voeren, waarbij ik erachter kwam dat veel informatie maar half aanwezig is waardoor projecten maar half afkomen.

De resultaten heb ik in een “cabinet of curiosities” geplaatst: http://unstable.media/installation.html

Pirate libraries and access

Door: Tessel Renzenbrink

Library Genesis is de grootste piraten bibliotheek in de wereld met meer dan een miljoen non-fictie ebooks and 20 miljoen wetenschappelijke artikelen. Libgen.info is een van de vele open source bibliotheken die wordt gehost op RuNet, het Russische segment van het internet. Hun radicale en vrije toegang is een noodzakelijk onderdeel voor de ontwikkeling van opkomende economieën, beargumenteert Bodó Balázs. Bodó Balázs is een economisch wetenschapper en piratenonderzoeker bij het Institute for Information Law (IViR) aan de universiteit van Amsterdam. In dit interview vertelt hij over moderne censuur, de geschiedenis van boekenpiraterij en het belang van toegang tot culturele werken.

Ondergrondse praktijken van het boek

‘Rusland heeft een rijke geschiedenis aan ondergrondse boekpraktijken’, zegt Balázs, ‘dit was noodzakelijk om te kunnen overleven in de Sovjet periode. Censuur strekte verder dan nieuws en controversiële en tegenstrijdige partijpolitiek. Censuur was zo effectief dat het zijn werking diep in de het wetenschappelijke veld uitte. De Sociale Wetenschappen vormden de voornaamste kandidaat voor politieke censuur, maar het beïnvloedde zelfs natuurwetenschappen. ‘Er was een strijd tegen deze censuur en er waren veel middelen om politieke censuur te omzeilen.’ Schaduwnetwerken en zwarte boekenmarkten ontstonden om de distributie van kennis te faciliteren. Mensen waren betrokken bij de activiteit van samizdat dat ‘zelfpublicatie’ betekent in het Russisch. Zij ontvingen een kopie van het illegale nieuwsbulletin en printten het op een typemachine of een simpele screen printer en gaven dit door aan de mensen die zij vertrouwden.

‘Het gaat hier om effectieve ondergrondse distributienetwerken die moeilijk neer te halen zijn omdat weinig mensen weten wie de originele redacteur is’, zegt Balázs. ‘Het netwerk staat ook wederzijdse communicatie toe want nieuws vond via dezelfde kanalen hun weg terug naar de redacteurs.’ Maar beperkte toegang tot kennis was niet het enige resultaat van politieke censuur, economisch tekort speelde ook een rol. Boeken van Fyodor Dostojevski, bijvoorbeeld, waren niet gecensureerd, maar een tekort aan papier zorgde voor een tekort aan levering. Buitenlandse publicaties konden ontoegankelijk zijn omdat deze moesten worden betaald in contanten. Als antwoord hierop kende de Sovjet Unie een goed ontwikkelde infrastructuur van zwarte markten voor goedkoop gereproduceerde culturele werken.

Vrijheid en de opkomst van het internet

Het samenvallen van de val van de USSR in 1991 en de opkomst van het internet zorgde voor een explosie van kennisdistributie. De samenkomst van een herontdekte vrijheid en opkomende distributie techologieën vormde een vruchtbare grond voor de radical open online piraten bibliotheken die tot de dag van vandaag operationeel zijn.

Het uitdagen van de status van de poortwachter

De meeste van deze piraten bibliotheken zijn werkelijk open source. Ze maken niet alleen artikelen en boeken vrij beschikbaar, maar staan ook volledige downloads van de gehele database toe zodat anderen hun eigen bibliotheek kunnen hosten. De bibliotheken publiceren ook zelf. Op die manier dagen de schaduwbibliotheken niet alleen legale distributeurs uit, maar zijn ze radicaler zijn dan andere piraten sites, zegt Balázs. Hij legt uit: ‘Wanneer je kijkt naar hoe legale internetbedrijven zoals Amazon, Netflix en Google hun geld verdienen gaat het allemaal over de centralisatie van controle. Het business model is de controle van de toegang naar middelen, ze zijn de poortwachters naar het publiek, naar inhoud, naar adverteerders. In het domein van digitale technologieën, waar er geen kosten zijn verbonden aan het maken van kopieën, wordt geld verdiend door het maken van een kunstmatige schaarste in een post-schaarste wereld.

‘Piraterij kan worden gezien als de tegenhanger van deze kunstmatige schaarste. Ze breken door paywalls (betaalde content), de kunstmatige grenzen tussen publiek en inhoud. Maar piraten zijn niet immuun voor de macht van controle. Vaak controleren piratennetwerken de toegang tot cruciale bronnen even strikt als Amazon dat doet. Ze controleren de website, de gebruikers, de toegang en de regels. Ze bieden gratis toegang tot bepaalde hoogte, maar trekken niet fundamenteel de logica van controle in twijfel.

‘The Pirate Bay is het boegbeeld van piraterij maar maken hun database alleen toegankelijk wanneer ze bedreigd worden met een stillegging van de website. Je kan een kopie van de Pirate Bay op hun site vinden, maar deze wordt niet regelmatig bijgewerkt. Ze publiceren niet zelf want ze willen controle behouden over de middelen die ze hebben. Dit is niet het geval bij piraten bibliotheken. Zij hebben een radicale stap genomen en hebben piraterij naar hun definitieve logische conclusie gebracht. Ze publiceren zelf, ze zorgen ervoor dat alle benodigdheden om de complete service te kopiëren constant actueel is. Ze zorgen ervoor dat de overleving van de teksten niet verbonden is aan de overleving van de dienst die ze levert.’

Hedendaagse censuur

De legale modellen voor het omzetten van publicaties en distributie van auteursrechtelijk beschermde werken naar geld kan resulteren in nieuwe vormen van censuur, volgens Balázs: ‘We zien censuur vaak als politiek: het bewust ingrijpen in de circulatie van teksten. Maar economische factoren kunnen ook het effect hebben dat bepaalde teksten niet beschikbaar zijn.’ Bijvoorbeeld, uitgevers hebben enorme catalogi met werken waarvan zij de auteursrechten bezitten, maar hun middelen zijn beperkt. Ze geven prioriteit aan bestsellers, en maken daarmee boeken met minder marktwaarde ontoegankelijk.

De concentratie van distributiekanalen in de handen van enkele, vaak Amerikaanse, bedrijven geeft hen veel macht. Zij bepalen wat beschikbaar komt en wat de omzetmodellen zijn: wie krijgt er betaald en hoeveel. De middelen die gebruikt worden om auteursrechten af te dwingen verschillen niet van die voor politieke censuur. De methode die de Britse overheid opdracht geeft om The Pirate Bay te verbannen zoals het blokkeren en filteren van websites zijn hetzelfde als de middelen die de Chinese overheid gebruikt om de informatiestromen te beperken. ‘Het enige verschil is de intentie’, zegt Balázs.

Piraterij van boeken en haar historische context

Digitale piraterij is een relatief nieuw fenomeen maar piraterij van boeken is net zo oud als de drukpers. In zijn artikel Coda: A short history of Book Piracy, volgt Balázs de piraterij van boeken terug tot de 15e eeuw, toen de naam werd gemunt en verwees naar de piraten die de gevestigde orde op zee verstoorden. Balázs identificeert drie voordelen die met herhaling voorkwamen onder de druk van piraten die concurreerden met legitieme drukkerijen: de boekprijzen daalden, geletterdheid werd gestimuleerd en censuur werd omzeild. Door de eeuwen heen was het vaak het geval dat een paar bevoorrechte uitgevers de markt domineerden. Deze monopolie hield stand door een bondgenootschap tussen gevestigde uitgevers, staat en kerkelijke autoriteiten. In ruil voor het recht op censuur boden de autoriteiten de uitgevers bescherming tegen concurrenten. En piraten waren altijd aanwezig.

Opererend aan de grenzen van het officiële systeem ondermijnden zij de status quo, vaak in het voordeel van de lezers. In zijn artikel presenteert Balázs enkele krachtige voorbeelden: Engelse gevestigde uitgevers beschouwden het boek als een luxe product en publiceerde mooie, maar dure publicaties. Piraten produceerden kopieën op goedkoop papier om een compleet nieuwe markt te dienen: de armen. En geletterdheid bloeide op. Boeken die door censuur niet op de officiële Franse markt beschikbaar waren, werden beschikbaar door de distributiekanalen van Nederlandse en Zwitserse uitgevers, die, natuurlijk, er ook goed aan verdienden. Deze grensoverschrijdende opererende uitgevers waren in hun eigen land legitieme en gerespecteerde zakenmannen, terwijl zij elders in Europa gescandeerd werden als piraten. 

De Verenigde Staten: natie van piraten

In dit historische overzicht identificeert Balázs de Verenigde Staten als ‘een van de belangrijkste piratennaties’ van zijn tijd als ontwikkelend land. Auteursrecht strekte zich nog niet uit naar buitenlandse schrijvers wat betekende dat Britse boeken goedkoop geproduceerd konden worden. Lage prijzen zorgden voor een wijdverspreide toegang tot buitenlandse boeken wat een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de jonge natie. In zijn artikel citeert Balázs een gepassioneerd argument dat een uitgever opvoerde voor de VS senaat om buitenlanders auteursrecht te weigeren. ‘Alle rijkdom van de Engelse literatuur is de onze. Engels schrijverschap komt tot ons even vrij als de levensgevende lucht, niet belast, zelfs ongehinderd door de noodzaak van vertaling; en de vraag is, gaan we deze belasten, en zetten we daarmee een barrière op naar de circulatie van het intellectuele en morele licht? Bouwen we een dam om de rivier van kennis tegen te houden?’ (Solber 1886:251). Europese uitgevers waren zeer gefrustreerd door de Amerikaanse piraterij op hun werk. Maar de piraterij van buitenlandse werken bleef meer of minder strafbaar door de staat tot begin van de 20e eeuw. Tegen die tijd was de VS een net-exporteur van culturele middelen zoals films en was een langzaam proces gestart om zich aan te sluiten bij internationale verdragen van auteursrecht in het voordeel van auteursrechtelijke bescherming.

Wederzijdse verlichting

Tegenwoordig is de VS een van de felste lobbyisten op het gebied van de handhaving van Intellectual Property (IP – intellectueel eigenschap) door middel van internationale handelsverdragen. Maar dit betekent dat ontwikkelende landen het soort toegang dat de VS wel hadden tijdens hun ontwikkeling misloopt. ‘Aan de oppervlakte gaat het allemaal om het respecteren van IP en dat is een eerlijke propositie waar ik respect voor heb’, zegt Balázs. ‘Maar het is historisch bewezen dat piraterij een erg belangrijk middel van modernisatie is, de VS is daar een uitmuntend voorbeeld van. En door het strikt handhaven van auteursrechten op een globaal niveau ontneem je landen dit pad van ontwikkeling.

Sommigen beargumenteren dat deze globale IP handhaving een manier van het Westen is om haar globale leidende positie te behouden en het is een erg geavanceerde manier van het bestendigen van globale ongelijkheid. Je veroordeelt ontwikkelende landen naar een ontwikkelingspositie omdat jij de voorwaarden bepaalt waarop zij toegang krijgen tot kennis.’ Balázs herinnert zich het voorbeeld van de patenten op medicijnen die ook onder de IP wet vallen. ‘Wanneer aidsmedicatie in sub-Sahara Afrika wordt verkocht voor VS prijzen ben je eigenlijk mensen aan het vermoorden’ zegt hij. ‘Er zijn legale instrumenten die ontwikkelende landen vrijstelt van IP handhaving wanneer het aankomt op een levensreddend medicijn. De vraag is, kunnen we over een vergelijkbare uitzondering praten wanneer het niet gaat om het redden van levens van HIV patiënten, maar wanneer het gaat om de toegang tot gezondheidswetenschappen of anti-corruptie literatuur. Ik beargumenteer, ja, dit is hetzelfde soort basismiddel dat een ontwikkelend land nodig heeft. Piraterij wordt vaak afgeschilderd als een auteursrechtelijk probleem, een probleem voor Hollywood dat wordt opgelost door auteursrechtelijke advocaten. Maar dat is het niet, het is een symptoom van grote sociale problemen.

De toekomst van wetenschappelijke kennis

Er worden stappen ondernomen om het probleem van toegang tot wetenschappelijke kennis aan te pakken. Open access wordt gestimuleerd en meer mensen zijn kritisch op de legitimiteit van monopolies. ‘Maar het is een langzaam en pijnlijk proces’, zegt Balázs. ‘Het is moeilijk om verandering aan te brengen in de koers van dit eeuwenoude systeem. ‘Piraterij hoeft niet de juiste oplossing te zijn want het is onderhevig aan meerdere problemen. Maar totdat we het paradijs van open access hebben bereikt dient het twee belangrijke doelen. Allereerst, het lost het probleem van toegang op korte termijn op. En ten tweede, het zal er altijd zijn als dreiging. Zolang de rechthebbenden moeilijk te onderdrukken problemen hebben zullen zij altijd een sterke motivatie hebben om het op één na beste voorstel te accepteren, wat, in dit geval, open access is.’

Op dit moment zijn er maar twee legitieme opties: het gebruikelijke alle-rechten-voorbehouden model en Creative Commons (CC), een licentiesysteem dat makers in staat stelt om gebruikers toestemming te geven om hun werk legaal te delen en aan te passen. Zo lang dit de enige twee alternatieven zijn, zullen uitgevers, distributeurs en giganten niet makkelijk overtuigd worden om naar een CC model toe te werken. Maar wanneer je piraterij aan de lijst van mogelijkheden toevoegt, ziet CC er plotseling uit als een groot compromis. Want piraterij biedt zeker geen rendabel verdienmodel en CC wel.

‘Je zag hetzelfde met muziek’,  zegt Balázs. MP3.com dat in 1997 was opgericht staat gebruikers toe online naar muziek te luisteren en betaalde muzikanten volgens het pay-per-play (betaal per speeltijd) model. ‘De muziekindustrie vond het niet leuk, want zij willen volledige controle behouden.’ MP3.com werd uiteindelijk de vergetelheid in aangeklaagd. Maar piraten begonnen dezelfde online diensten aan te bieden, maar dit keer zonder een verdienmodel voor muzikanten. Het heeft enige tijd geduurd, maar uiteindelijk begonnen mensen in de muziekindustrie vriendelijker naar diensten zoals Spotify te kijken. ‘Piraterij zorgt ervoor dat alternatieve diensten aanzienlijk aantrekkelijker worden wanneer piraterij het alternatief is’, zegt Balázs. ‘We hebben de neiging om naar piraterij te kijken alsof dit het probleem is in plaats van de oplossing van meerdere problemen op de legale markten en onze taak is om uit te zoeken wat deze problemen werkelijk zijn, en of er andere oplossingen dan piraterij zijn voor deze problemen.’

Je kan meer van Bodó Balázs lezen op zijn persoonlijke website: warsystems.hu en meer over schaduw bibliotheken op piracy.americanassembly.org.